Astrid Theunissen

Astrid Theunissen

Astrid Theunissen (1968) is freelance journalist voor onder andere Vrij Nederland en HP/De Tijd. Ze maakte vele (politieke) portretten en hield exclusieve interviews met Alicia de Bielefeld, de Amerikaanse buitenechtelijke dochter van prins Bernhard. In 2010 verscheen Slappe zakken!, een non-fictieboek over hedendaagse mannen met bindingsangst, dat voor veel ophef en publiciteit zorgde. Onlangs verscheen van haar hand De schelmenjaren van Martin Bril, een biografische schets van deze vroegtijdig gestorven columnist.

Mogelijkheden

Astrid Theunissen een zeer ervaren journalist en spreekt over uiteenlopende actuele onderwerpen. Ze heeft in haar carrière een aantal veelbesproken primeurs gehad en kan daar uitgebreid (en smeuïg) over vertellen. Daarnaast is ze een ervaren freelancer die lezingen geeft over het opzetten en runnen van een journalistiek bedrijfje en inspireert ze graag aanstormende journalisten. 

Vraag informatie aan
De schelmenjaren van Martin Bril

‘Deze biografische schets van mijn broer Martin tekent hem als kleurrijk, komisch, kettingrokend, kachel, knetter en kostelijk, maar bovenal als kwetsbaar. Goed gedaan.’ Elfriede Bril

Martin Bril was de scherpste observator van zijn tijd. Hij gaf de rotonde een ziel, bracht Napoleon tot leven en maakte van rokjesdag een fenomeen. Maar hij was niet alleen een virtuoos schrijver, hij was ook een handige sjacheraar, fervent verzamelaar, notoire schuinsmarcheerder, enthousiast theaterdier en dolende neuroot. Astrid Theunissen sprak met vrienden, bekenden en familie van Bril en portretteert de man met zijn vele gezichten die op 22 april 2009 stierf aan kanker, negenenveertig jaar oud. De schelmenjaren van Martin Bril is een biografische schets van een kwetsbare auteur die hunkert naar bevestiging en roem.

‘Een meeslepend en ontroerend portret. Uitstekend gedocumenteerd ook. Het is Martin ten voeten uit.’ Barbara van Beukering, hoofdredacteur Het Paroolen vriendin

‘Bij vlagen onthullend verslag van een zoektocht naar het ultieme schrijversgeluk.’ Arno Kantelberg, Esquire.